"Ik vond dat God niet goed voor mij zorgde"
Marijke dacht dat ze niet mooi genoeg was om van te houden. Al haar vriendinnen hadden een vriendje, behalve zij. Iedereen had leukere kleren, zag er leuker uit en had mooiere spullen. Voor haar gevoel was ze op school nooit ergens écht goed in. Iedereen had een talent, maar... wat kon zij?
"Het gekke is dat ik wel beter wist", vertelt Marijke. "Ik heb altijd goede vrienden gehad en lieve ouders en broers. Zij hebben nooit tegen me gezegd dat ik lelijk was, of dom. En ik geloofde zelfs in God. Maar tóch. Er was altijd dat stemmetje dat zei dat ik niet goed genoeg was. En elke keer als ik teleurgesteld werd, als iemand iets onaardigs deed bijvoorbeeld, werd ik bozer. Ik vond op een gegeven moment zelfs dat God niet goed voor mij zorgde. Ik vond dat ik recht had op ‘goeie dingen'. Ik deed toch mijn best?" Complimentjes "Ik zorgde ervoor dat ik alle verjaardagen bijhield en in allerlei commissies zat. Op zich niet verkeerd, maar ik deed het om de verkeerde redenen. Ik hield bijvoorbeeld talloze ‘to-do-lijstjes' bij omdat ik bang was om iets te vergeten en iemand me dom zou vinden... En ik leefde van het ene complimentje naar het andere. Ik was blij en voelde me trots als iemand tegen mij zei dat ik ‘iets goed deed'. Ik voelde me afgewezen en ‘down' als niemand wat aardigs tegen mij zei. En dat bleef zo, ook tijdens mijn studie en later toen ik ging werken."
Be-lach-e-lijk! "Op mijn werk was ik steeds vaker moe en ziek. Op een dag zei mijn directeur dat ik maar beter een tijdje thuis kon blijven en dat ik langs de huisarts moest gaan. Oei, wat voelde ik me aan de kant gezet! Maar ik wist zelf ook wel dat het niet goed ging. En dus ging ik naar de huisarts. Hij stelde me allerlei vragen. Of ik goed at. Nee. Of ik goed sliep. Nee. Of ik me kon ontspannen. Wat is dat? Of ik nog andere klachten had. Ja, hoofdpijn, hartkloppingen... De huisarts concludeerde dat ik oververmoeid was. Zijn advies: een aantal weken niet werken en leuke dingen doen. Ik vond het be-lach-e-lijk! Maar het bleek wel een goed advies te zijn. Ik had zo slecht voor mezelf gezorgd, dat het weken duurde voordat ik weer kon werken. Ik sliep veel en deed, jawel, zelfs leuke dingen met vrienden." God "Maar ik wist dat ik méér moest doen. Ik moest mezelf begrijpen om te voorkomen dat ik nog een keer oververmoeid zou raken. Want waarom dacht ik zo negatief over mezelf en werkte ik te hard? Dus ging ik naar een psycholoog. We hadden het in onze gesprekken over mijn gevoelens, teleurstellingen en boosheid, mijn dromen, waarom ik ‘goed' wilde zijn én mijn geloof. Het belangrijkste dat ik heb geleerd, is dat mijn relatie met God niet goed was. Dat kon ook niet. Ik las amper in de Bijbel en bidden deed ik alleen op een dwingende manier."
Geliefd "Ik veranderde toen ik tijd met God begon door te brengen. Ik begreep steeds beter - en ik voelde het ook - dat God veel van mij houdt. En dat Hij een plan heeft met mijn leven. Maar door negatief over mezelf te denken, mijn eigen keuzes te maken en Hem niet in vertrouwen te nemen raakte ik steeds verder weg van dat plan. De keuze die ik maakte, was om Zijn hand vast te grijpen en te zeggen dat ik Hem nodig heb. Hij weet niet alleen wat ‘goeie dingen' voor mij zijn, Hij weet wat het béste voor mij is. Stapje voor stapje leerde ik naar mezelf te kijken zoals God mij ziet. En ik leerde dat hard werken niet maakt dat God méér van mij houdt... Ik ben sowieso Zijn geliefde kind. En weet je: jij ook!"
Connect 3, 2010
|